Wat is ’n Vivist?

 

My_Public_Lands_Roadtrip-_Nevada_Views_from_Slinkard_Wilderness_Study_Area_(19396610458)

Inleiding

’n Vivist is iemand die het gedragspatroon erop na houdt dat “Vivisme” genoemd wordt . Dit betekent heel in het algemeen dat men het leven en welzijn van alle soorten wezens, en dus met name van de dieren, de planten de microben en de medemensen, in een zo groot mogelijke mate respecteert en ontziet. 

Iets nader bekeken komt dit globaal erop neer dat men alle soorten dieren waar mogelijk hun natuurlijke vrijheid laat en ze dus niet doodt, geen pijn of ander leed aandoet, nergens voor gebruikt, en evenmin iets eet dat ervan afkomstig is. Wat planten betreft is het zo dat men deze niet doodt, terwijl er al het mogelijke aan gedaan wordt om ze ook niet te kwetsen, te verminken of hun gezondheid te benadelen; dit betekent met name ook dat ze niet als voedsel gebruikt worden; (waarbij aangetekend moet dat de vruchten die ze voortbrengen er geen deel meer van uitmaken wanneer deze plukrijp zijn). Het ontzien van microben-levens houdt vooral in dat men zowel direct als indirect geen vuur maakt, omdat daarbij grote aantallen die zich in en op het verbrande materiaal bevinden het leven verliezen. Het respecteren van leven en welzijn van de medemens omvat niet alleen het achterwege laten van alles dat wettelijk verboden is, maar gaat veel verder en houdt heel in het algemeen in, dat men de ander voor zover mogelijk op geen enkele manier direct dan wel indirect onheus bejegent.

Al bij al is ’n Vivist dus tevens Vegetariër, Veganist, Rauwariër, Vruchtariër en Humanist, maar dan aangevuld met extra principiële aspecten tot aan het optimaal leven-vriendelijke gedragspatroon toe. Voorts heeft zijn gedragsprincipe nogal wat raakpunten met religies als het Boeddhisme, maar ook wel met het Christendom en nogal wat andere, die zich eveneens niet beperken tot het vereren van een godheid, maar tevens velerlei richtlijnen geven betreffende het gedrag . Daarnaast is er veel dat door het strafrecht en het burgerlijke recht verboden wordt, terwijl ’n Vivist een en ander ook bij afwezigheid van die wettelijke bepalingen op grond van zijn  principe achterwege zou laten (zoals diefstal resp. onrechtmatige schadeberokkening).

Overigens is het niet zo dat ’n Vivist zich enkel en alleen maar van zo veel onthoudt dat in de huidige maatschappij als alledaags geldt, omdat hij erg begaan is met het lot van al de andere levende wezens die hij niets wil aandoen. ’n Belangrijke extra stimulans om zijn principe optimaal na te leven en niet te zwichten voor de velerlei verleidingen om er meer en meer van af te wijken is gelegen in de overtuiging en de eigen ervaring dat elke afwijking die op zich minder prettige consequenties heeft voor een of meer andere wezens, in het stelsel van de natuur in principe wordt afgestraft met een proportionele mate van onaangenaamheden, waardoor het aanvankelijke genoegen dat een afwijking zou opleveren per saldo meer dan tenietgedaan wordt. Het eigenbelang spreekt derhalve ’n essentieel woordje mee, omdat ’t bijvoorbeeld best aangenaam kan zijn veel winst te maken met een milieu-belastende economische activiteit, maar men dit toch al gauw wijselijk achterwege gelaten zou hebben, wanneer men van te voren had geweten dat men als straf hiervoor op pakweg vijftig-jarige leeftijd met zijn privé-sportvliegtuigje zou verongelukken.

Daarnaast is ’n belangrijke reden om Vivist te worden en te blijven gelegen in de als “Paradisionisme” bekend staande filosofie, die erop neerkomt dat alleen wanneer de mensheid zich massaal vivistisch gaat gedragen haar dreigende ondergang nog voorkomen kan worden en tegelijkertijd het leven op Aarde  paradijselijk van karakter zal kunnen worden.

Nóg iets nader bekeken

Zoals uit de Inleiding blijkt is het Vivisme een gedragsprincipe, zoals bijvoorbeeld ook het Veganisme dat is.

Waar ’t bij het Veganisme erom gaat dat men geen dieren doodt of leed aandoet, gaat ’t er bij het Vivisme dus om dat men het leven en welzijn van álle soorten wezens in een zo groot mogelijke mate ontziet.

Wat het ontzien van leven en welzijn zoal inhoudt

Eerst wat betreft het ontzien van leven, oftewel het niet-doden.

Dit houdt in dat men doet wat men kan om te voorkomen dat men direct dan wel indirect de dood van een of meer wezens veroorzaakt, ook voor zover dit niet wettelijk verboden is.

Op voedingsgebied resulteert een en ander hoofdzakelijk in het afzien van alle soorten voedsel die aan dieren ontleend worden (zoals vlees, melk en eieren), van voedsel waarvoor het nodig of gebruikelijk is om planten te doden,  alsook van voedsel dat door koken of andersoortige verhitting zoals braden, bakken, enz. bereid wordt, (omdat door die verhitting grote aantallen microben, die zich van nature in brandstof en/of voedsel bevinden, gedood worden xx).

Op andere gebieden dan dat van de voeding resulteert naleven van het Vivisme in een verregaande mate van omzichtigheid bij welke menselijke activiteiten dan ook, inclusief die op economisch gebied. Zoals Veganisten bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde materialen afwijzen, omdat daar dierenleed aan kleeft (o.a. ivoor, natuurzijde en eendendons), zo beperken Vivisten daarnaast ook hun gebruik van plantaardige materialen zoals hout en papier zoveel mogelijk, omdat voor het verkrijgen daarvan bomen gedood moeten worden. Verder laten ze planten die als onkruid bekend staan als het even kan ongemoeid. Zogenaamd ongedierte bestrijden ze, als dat al nodig is, hooguit op een zo diervriendelijk mogelijke, niet dodelijke, manier (bijv. ’n muis niet vergiftigen, maar vangen in ’n kooi-val en dan ergens anders weer vrijlaten). Milieuverontreiniging wordt optimaal vermeden, ook al omdat in menig geval dodelijk is (bijvoorbeeld voor vissen). Om het doden van microben zo sterk mogelijk te beperken wordt in principe geen vuur gemaakt, aangezien daarbij altijd enorme aantallen van deze wezens, die zich in en op het verbrande materiaal bevinden, de dood in gejaagd worden. (Om die reden wordt inderdaad ook het gebruik van motorbrandstof zoveel mogelijk vermeden, wat dan weer bijzonder gunstig is voor het milieu en de verkeersveiligheid).

Dan wat het respecteren en ontzien van welzijn betreft

Voor zover de mens betreft is ook op het gebied van welzijnsbescherming al het een en ander wettelijk geregeld. Voorschriften die beogen allerlei vormen van hinder door derden te beperken (zoals geluidshinder en stankoverlast) zijn daar duidelijke voorbeelden van. Zo ook zijn er regels die het bezit van geld of goed beschermen. Toch is er ook op het gebied van welzijn nog heel veel dat niet wettelijk geregeld is, zodat men de ander nog danig het leven kan vergallen zonder daar enigerlei vorm van formele straf voor te hoeven vrezen; te denken valt hierbij aan pesten, liegen, bedriegen, enzovoort, alsook aan het toebrengen van hinder die binnen de wettelijke normen blijft. Ook in dit opzicht huldigen Vivisten het principe dat zij een en ander uit eigen beweging zo veel mogelijk achterwege laten, ook al is het niet wettelijk of anderszins verboden. Zodoende is voor hen het aloude levensadvies “Wat gij niet wil dat u geschiedt, doet dat ook ’n ander niet”, aanhoudend actueel.

Wat het welzijn van dieren betreft zijn er eveneens ’n aantal wettelijke regels die beogen de meest schrijnende vormen van niet-dodelijk dierenleed oftewel dierenmishandeling te voorkomen en ook hier gaat het Vivisme veel verder. Dit door in principe alles dat naar aangenomen mag worden voor dieren op z’n minst niet prettig is zoveel mogelijk achterwege te laten. In dit opzicht gaat het Vivisme dus ook nog verder dan het Veganisme, dat over het algemeen gesproken ernaar streeft om alle menselijke oorzaken van ernstig dierenleed uit te sluiten. Vivisten laten dieren waar mogelijk echter volkomen ongemoeid, zodat deze wat hen betreft hun natuurlijke vrijheid kunnen behouden.

Wat het welzijn van planten betreft is er nagenoeg niets wettelijk geregeld, maar ook in dit opzicht zijn er velerlei manieren waarop Vivisten ervoor zorgen dat ze deze mede-schepselen niets aandoen. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld geen thee en tabaksproducten omdat het behoud van de bladeren die hiervoor afgeplukt worden belangrijk is voor de gezondheid en dus het welzijn van de desbetreffende planten.

Met het welzijn van microben houden Vivisten onder andere rekening door in principe niet alleen geen voedsel te verhitten tot temperaturen waarbij deze wezens het leven laten, maar ook niet tot temperaturen tussen de circa 30 en 100 graden Celcius, omdat aangenomen mag worden dat de microben dan weliswaar niet sterven, maar wel hevig lijden, c.q. het veel te warm krijgen.

Butterfly_on_green_leafs

Motieven om Vivist te worden of te blijven

  • Eerbied voor het leven in al z’n verschijningsvormen.
  • De natuur kan gezien worden als ’n complex samenhangend geheel waarin alle soorten wezens ’n specifieke functie vervullen teneinde het geheel aantrekkelijk leefbaar te maken en te houden. Hoe meer soorten van die wezens de mens  hetzij elimineert, hetzij in onnatuurlijk grote mate reproduceert (bijvoorbeeld als vee), des te gebrekkiger de desbetreffende functies worden uitgeoefend, met als gevolg dat de leefbaarheid van het geheel in evenredige mate zijn aantrekkelijkheid verliest, dan wel verdwijnt.
  • Duurzaamheid; naleving van het Vivistische principe is bijzonder gunstig voor het leefmilieu. Bij consequente naleving ervan door het overgrote deel der wereldbevolking zouden al de huidige milieuproblemen verdwijnen als sneeuw voor de zon. (Voornamelijk doordat er geen vuur meer gemaakt zou worden en dus ook geen chemie meer bedreven).
  • Ook kan de toenemende mondiale overbevolking die het voortbestaan van de mens in alsmaar ernstiger mate bedreigt met behulp van het vivistische principe effectief bestreden worden. Dit doordat men zich dan zo veel mogelijk in overeenstemming met het stelsel van de natuur gedraagt en dan vooral ook op voedingsgebied; een van de consequenties hiervan is dat men een veel minder sterke behoefte krijgt aan het afreageren van opgedane innerlijke spanningen door middel van gedrag dat bij afwezigheid van anti-conceptie tot nieuwe geboortes pleegt te leiden . (Met name het afzien van dierlijk voedsel speelt hierin een grote rol). Dientengevolge kan het aantal geboorten ook zonder kunstmatige anticonceptie  alom gereduceerd worden tot het relatief lage natuurlijke niveau. Voor zover ook dan nog natuurlijke correcties van de hoeveelheid geboortes nodig blijkt te zijn door middel van bijvoorbeeld kinderziektes  weet men deze als Vivist heel goed te accepteren, zodat dit soort (kinder-)ziektes ook niet meer bij voorbaat geëlimineerd hoeven te worden door middel van (microben dodende) inentingen. (xx)
  • Gezondheid; wetende dat het wetenschappelijk bewezen is dat Vegetariërs (die geen dieren eten) minder ziek zijn en gemiddeld een langere levensduur hebben dan omnivoren oftewel ‘alleseters’, kan men tot het vermoeden komen dat voedings- en gedragsprincipes die nóg natuur- oftewel levenvriendelijker zijn (mits op de juiste wijze toegepast) in evenredige mate nog meer bevorderlijk zullen zijn voor de gezondheid. Wanneer dat uit eigen ervaringen ook het geval blijkt te zijn, dan is dat vanzelfsprekend een belangrijke reden om Vivist te blijven.
  • Voorkoming van andere afstraffingen vanwege de natuur; met name ook wanneer men al ’n tijd Vivist is, schijnt men te merken dat ook veel andere onaangenaamheden dan ziektes, die er voordien gewoon bij leken te horen, meer en meer achterwege blijven (bijv. gedeprimeerdheid). Men schijnt dan ook steeds duidelijker het verband te gaan ontdekken tussen wat men af en toe nog in strijd met het Vivistische principe doet en de straf-achtige consequenties die dit telkens weer blijkt te veroorzaken (zoals tegenvallers op het persoonlijke vlak).
  • Paradijselijke ervaringen; eveneens naarmate men langer het Vivisme in praktijk brengt schijnt men meer en meer het vermogen te krijgen om de natuur in haar volle pracht en weldadigheid te ervaren, waardoor steeds duidelijker wordt dat de Aarde het ontegenzeglijk in zich heeft om ’n paradijs te zijn, mits de mens zich op de juiste, volkomen leven-vriendelijke wijze gedraagt.
  • Paradisionisme; als aanhanger van de paradisionistische filosofie is men ervan overtuigd dat de mensheid alleen nog haar ondergang kan ontlopen door zo spoedig mogelijk over te schakelen op het vivistische gedragspatroon, hetgeen tevens met zich mee zou brengen dat haar bestaan op Aarde paradijselijk van aard zou worden.

Tot slot

Het Vivisme, dat pas eind vorige eeuw tot ontwikkeling is gekomen, is een gedragsprincipe dat het in zich heeft om een definitieve uitweg te bieden uit de alsmaar beklemmender dreigingen waaraan de hedendaagse samenlevingen en de wereldbevolking onderhevig zijn.

Overbevolking en toenemende onleefbaarheid door aantasting van het leefmilieu kunnen beide tot staan gebracht en teruggedrongen worden door een nagenoeg algemene naleving van dit gedragsprincipe.

Weliswaar is het idee van “eerbied voor al wat leeft” niet nieuw, (ook ’n religie als het Boeddhisme hamert immers al sinds vele eeuwen op naleving hiervan), maar doordat er destijds essentiële informatie betreffende de samenstelling van de natuur ontbrak (met name het bestaan van microben was toen bij lange na nog niet bekend), bleven er als het ware altijd essentiële elementen ontbreken bij pogingen om de mensheid (weer) op het goede spoor te krijgen.

———-

af6d7ea9d9-Flowers_on_unmowed_verge

———-

 

 

 

 

 © Copyright tekst: Nicolas Pleumekers  (Stiching Natuurbescherming)
© Copyright foto bovenaan